Pretparken | Storytime

Het rode dagboek in de Efteling

31 oktober, 2017

Halloween is natuurlijk DE dag voor spookverhalen en ik heb er één gevonden over onze eigen Efteling! De schrijver van dit verhaal is met een vriend in de Efteling. Ergens in de muur van het spookslot vind hij een rood dagboek. In het verhaal leest hij met zijn vriend wat er in dat dagboek staat.
Het orginele verhaal is engelstalig door Jivisstudios op Reddit gepost. Meer over de orginele schrijver heb ik niet kunnen achterhalen. Ik heb het verhaal voor jullie samen gevat en een aantal fragmenten vertaald. Ik begin het verhaal direct in het dagboek…

 

Dinsdag

Fragment:
-Ik heb mijn psychiater verteld dat ik het leuk vind om te schrijven, zij adviseerde me toen een dagboek bij te houden over mijn gevoelens en emoties. Dus daar gaan we dan. Waar moet ik beginnen? Ik heb niet zo’n goed jaar gehad. Eigenlijk was het vreselijk! Er zijn verschrikkelijke dingen gebeurd. Ik voel niet de behoefte daar nu over te schrijven, later misschien. Ik ben eindelijk aan het afbouwen met de anti depressiva en voel me al iets beter, dus laten we hopen dat het ergste achter de rug is. Mijn broertje heeft me uitgenodigd om naar een pretpark te gaan. Ik denk dat ik ga, het was mijn favoriete pretpark als kind en ik heb het gevoel dat ik er klaar voor ben.-

 

Zaterdag – In de Efteling.

De schrijver van het rode dagboek en zijn broertje besluiten dat ze eerst in 1 van de achtbanen willen. Wanneer ze langs het spookslot lopen, valt zijn oog op een pop boven het voedselkraampje bij het spookslot. Het is niet perse een goedgemaakte pop, maar de pop geeft hem een raar gevoel. Als ze in de achtbaan zijn geweest lopen ze terug naar het spookhuis. Zijn broertje voor wat lekkers en hij moet naar het toilet.  Voor hij het toitlet binnen loopt kijkt hij nog even omhoog naar het raam. Hij is in shock als hij ziet dat de pop er niet meer staat. Dan ziet hij dat er een dienstingang een stukje open staat…

Fragment:
-Normaal als ik een dienstingang open zie staan zou ik er niet eens over nadenken naar binnen te gaan. Maar dingen voelde anders nu. De deur had een bepaalde aantrekkingskracht, alsof hij me uitnodigde binnen te komen.-

Hij komt terecht in een muffe kamer met houten trap. Na even twijfelen besluit hij naar boven te gaan. Boven is het net zo muf als beneden maar het heeft een vreemde sfeer. Het is er vochtig en benauwd en ondanks meerdere grote ramen komt er weinig daglicht binnen. De kamer is leeg, op de vloer een dikke laag stof.  Dan vind hij een verkreukeld, oud stukje papier.

“Ritueel uitgevoerd in kamer achter het spookslot. Zal nu geen kwaad meer doen. De kamer is besmet. Beter als er hier geen mensen meer komen. Ik denk nog over wat er verder moet gebeuren.

B.”

Dan voelt hij een hand op zijn schouders, een boze parkmedewerker verteld hem dat hij hier niet mag komen. De oude man komt hem bekend voor, maar hij kan hem niet thuis brengen. Hij legt uit dat de deur open was, de man kijkt langs zijn schouders en zegt “Heb jij de deur weer open gedaan?” De parkmedewerker kijkt hem weer aan en zegt dat hij moet gaan.

Buiten komt zijn broertje op hem aflopen. ” Wat is er met jou? Je bent lijkbleek en er zitten spinnenwebben in je haar! gaat het wel?” Hij verzekert zijn broertje dat alles ok is. Wanneer ze aan het eind van de dag richting de uitgang lopen, komen ze een laatste keer langs het spookslot. Hij verstijft als hij ziet dat de pop weer achter het raam staat.

Fragment:
-Ik bekeek het boze gezicht van de pop die van boven op me neer keek. Opeens wist ik waarom de parkmedewerker me zo bekend voor kwam, hij was het! Niet een of andere vage gelijkenis, hij had precies hetzelfde gezicht! Ik kreeg een elleboog van mijn broertje… ‘Tijd om te gaan man, waarom sta je daar zo?’ Ik wijs naar de pop en hij kijkt omhoog. ‘Wat is daarmee?’ vraagt hij met gefronste wenkbrauwen. ‘Heb je die pop ooit eerder gezien?’ vraag ik hem. ‘Tuurlijk’. antwoord hij terwijl hij zijn schouders ophaalt. ‘Toen we hier met papa en mama naartoe gingen was ik er doodsbang voor. Als je er lang naar kijkt lijkt die te bewegen”. Op dat moment liep er een rilling langs mijn rug. De boze ogen van de pop keken me recht aan, het leek alsof ze mijn ziel doorboorde. –

De rest van de week

De rest van de week kan de man de pop niet vergeten. Maar er gebeuren meer vreemde dingen. Hij heeft het gevoel dat hij continu in de gaten wordt gehouden en zweert soms zelfs een schaduw te zien. Hij slaapt ook niet meer, mede vanwege het rare krasgeluid langs zijn ramen iedere nacht. Alsof er iemand met lange nagels over zijn raam gaat. Die vrijdag verteld hij het verhaal aan zijn psycholoog. Hij weet niet of zij hem geloofd maar ze schrijft hem wel iets voor om beter te slapen.

Zaterdag

Fragment:
-De slaappillen hebben perfect gewerkt, maar ik heb een vreselijke nacht gehad. Ik heb geslapen, best wel lang eigenlijk. Maar er waren ook dromen, vreselijke dromen. Ik was in de oude poppenkamer en de parkmedewerker was er ook. Hij praatte tegen me. “Zorg dat de deur ten alle tijden gesloten blijft”. Dit bleef hij met een hese stem herhalen… “Er mag niemand naar binnen komen”.

Toen werd ik ineens vastgepakt, maar niet door hem. Het had onnatuurlijk lange vingers die in mijn huid knepen. Vlak voor ik me kon omdraaien om te zien wat het was werd ik badend in het zweet wakker. Ik kon de vingers nog steeds in mijn huid voelen. Maar dat was nog niet alles. Ik ben er zeker van dat ik een schaduw van mijn bed naar het raam zag verdwijnen. Ik voel me helemaal niet uitgerust, maar ga toch maar werken vandaag. We zien wel hoe het gaat.-

zaterdag avond

Nog in shock over wat er is gebeurd, schrijft hij die avond in zijn dagboek. Hij reed door een park onderweg naar huis en zag iemand langs de weg zitten. Hij dacht er eerst niets raars van want het was nog niet heel laat. Pas toen hij dichterbij kwam zag hij dat er iets vreemds was. Het was een lange dunne gedaante met lang zwart haar, en het leek alsof ze zijn kant op kwam. Wanneer hij haar passeert, probeert ze hem bij de schouder te pakken. In een flits ziet hij haar ogen met rode pupillen en haar glimlach met gele tanden. Hij fietst voor zijn leven. Als hij thuis komt speurt hij het internet af of hij iets kan vinden over de pop. Hij vind een aantal fansites over het spookslot, maar ze gaan allemaal over de hoofdshow. Over de poppenkamer is niets te vinden. Hij vind wel iets anders, een foto van de Efteling uit de jaren zestig. Op de foto staat de medewerker die hem wegstuurde uit de poppenkamer. Hij staat bij een attractie die ondertussen niet meer bestaat en lijkt vriendelijk. Het vreemde is, de man op de foto is net zo oud als de man die hem vorige week  nog had weggestuurd. Hij stuurt de foto naar zijn telefoon en besluit te achterhalen wie de man is.

Zondag – terug in de Efteling

In de Efteling verteld hij dat hij bezig is met een artikel over de man, of hij wat vragen mag stellen. Het meisje kijkt hem vreemd aan maar belt iemand die er al wat langer werkt. Een relaxte oudere man stelt zich voor als Jim. Wanneer Jim de foto ziet veranderd zijn gezicht van relaxt naar verontrust. “Dat is Bob.” Als hij Jim vraagt of Bob er nog werkt ziet hij Jim fronsen… “Natuurlijk niet, die foto is ruim 40 jaar geleden gemaakt en daar was hij al 70.” Bob had zijn buien, depressief. Dit had hij overgehouden aan de tweede wereld oorlog. Hij had in een concentratiekamp gezeten en was veel van zijn familie verloren. Hier in het park leek hij gelukkig. Tot die ene dag in 1968…

Fragment:
-“Er waren problemen in het spookslot, iets wat stuk was in het mechanisme van een van de poppen ofzo. Het was de oorzaak van een grillig ongeluk.” Ik slikte, mijn mond werd droog. “In ieder geval, de pop moest worden weggehaald en Bob had altijd een rare fascinatie voor het spookslot”. Jim ging verder “Hij bood aan om ervoor te zorgen ‘laat de monteurs daarvoor zorgen’ zeiden wij nog, maar hij stond erop.” Hij bleef een minuut stil en ging toen met een zachte stem verder… “We hebben hem nooit meer gezien. Ik herinner me nog steeds zijn laatste woorden, omdat ze zo vreemd klonken. ‘Wens me succes’ zei hij. ‘Ik heb het gevoel dat ik het nodig zal hebben’. De politie heeft nooit een spoor gevonden, hetzelfde geldt voor de pop.” Jim schudde zijn hoofd en zei: “Ze zijn uiteindelijk tot de conclusie gekomen dat de arme man ergens zelfmoord heeft gepleegd. Vanwege zijn gezondheid, bedoel ik.”-

Volgens Jim lijkt de pop achter het raam totaal niet op die pop. Ze had een lange witte jurk aan en was best knap. Lange vingernagels, heel goed gemaakt. Hij kan zich het bleke spookmeisje nog goed herinneren omdat Bob haar zo stevig vasthield. Dan vraagt hij of de pop achter het raam misschien op Bob lijkt. Jim vind dit een rare vraag, de pop staat er al jaren… Waarom zou die op Bob lijken? Dan moet Jim gaan, hij geeft zijn mailadres en zegt erg benieuwd te zijn naar het artikel.

Zondag avond

Hij wil terug naar de poppenkamer, misschien vind hij daar een oplossing. Wanneer het park dicht gaat laat hij zich binnen sluiten. Wanneer hij terug is in de lege poppenkamer duurt het niet lang voor hij een hand op zijn schouder voelt. Bob klinkt teleurgesteld “Je was ontsnapt, waarom ben je terug gekomen?”. Hij gaat verder over hoe het waarschijnlijk al te laat was… Als de horror eenmaal zijn sporen heeft achtergelaten… Dan kijkt Bob langs zijn schouder “Ah, daar ben je, hij is nu voor jou denk ik.” Hij kijkt terug naar de man. “Het spijt me, ik heb gedaan wat ik kon”. Het is het bleke spookmeisje met de rode pupillen en gele tanden. Op het moment dat ze hem met 1 van haar lange nagels aanraakt voelt hij zich zo depressief dat de tranen langs zijn wangen lopen. Hij dacht dat het beter ging, maar op dat moment heeft hij niets meer om voor te leven. Hij schud haar arm van zich af en begint te rennen.

Fragment:
-Ik heb zolang gerend, maar het maakt niets uit. Iedere keer als ik door de uitgang van het park ren eindig ik terug in deze kamer. Ze houden me gevangen, of was ik dat al die tijd al? Ik heb me ergens in een donkere hoek verstopt en probeer de laatste zinnen in mijn dagboek te schrijven, met alleen mijn telefoon om de bladzijdes te verlichten. Ik heb geen signaal en mijn batterij is bijna leeg. Ik heb geen idee waarom ik dit zo graag op wil schrijven, ik wil niet worden vergeten denk ik. Ze hebben me een poosje alleen gelaten, maar ik voel ze weer dichterbij komen. Ik kan niet meer rennen, ik ben te moe. Wens me succes, ik heb het gevoel dat ik het nodig zal hebben.-

Na het dagboek

“Wauw, dat is een ziek Halloween verhaal.” Is de eerste reactie van de jongens die het rode dagboek hebben gelezen. Een van de twee weet dat de pop er echt staat en ze besluiten even te gaan kijken. Hij staat er nog steeds, maar tot grote teleurstelling van de jongens is er geen deur zoals in het dagboek. Dan vraagt een van de jongens zich af of er aan de andere kant van het gebouw eenzelfde raam is. Hij loopt om, kijkt omhoog en ziet inderdaad eenzelfde raam. Ook hier staat een pop, maar deze is niet oud of eng. Het is een jonge bleke man en hij staart de jongen met wanhoop aan. In zijn handen heeft hij een rood dagboek. Zijn vriend ziet het ook en wanneer ze hun rode dagboek er bij willen pakken komen ze erachter dat ze die niet meer hebben. “We hebben hem vast ergens laten liggen”…

 

Dit was het verhaal, ik ben erg benieuwd wat jullie er van vinden!

Bij het verhaal op Reddit kun je deze foto van de pop vinden. Ik had zelf graag een foto gemaakt van de pop, maar toen ik 16 oktober in de Efteling was en meerdere malen om het spookhuis liep kon ik de pop niet vinden…

Kennen jullie de pop waar dit verhaal over gaat? En hebben jullie hem wel eens gezien?

 

 

Tip! Lees ook: De 3 meest bezeten attracties van Disney

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *